januari 28, 2012

Metgezel

sneeuw bedekt het perron
ik kijk en zie je wachten
metgezel zonder mij
die kijkt en niet ziet
zich omdraait en ontwijkt
mijn gezicht een vochtig palet
waar make-up het oppervlak bedekt

vergezel me in mijn tocht,
mijn metgezel

Tags: ,
januari 25, 2012

Ik voel me geen student meer

null

Ik voel me eigenlijk geen student meer. Ik ben bezig aan mijn afstudeerproject. Ik volg geen cursussen meer. En hiervoor heb ik ook al gedurende tien maanden een onderzoeksproject gedaan. Ook lijk ik de mentaliteit niet te delen en sta ik heel anders in het leven. Veel uitwisselingsstudenten zien de uitwisseling als een groot feest maar nemen het inhoudelijke niet serieus genoeg. Die zijn elk weekend dronken en denken daarmee sociaal te zijn, maar eigenlijk zijn ze gewoon luidruchtig. En dan plaatsen ze het ook nog eens op Facebook.

Gelukkig zijn ze echt niet allemaal zo, alleen moet ik wel een aanknopingspunt vinden om contact te leggen. Ik moet toch wat doen aan mijn eenzaamheid hier die mede te wijten is aan het niet toegewezen krijgen van een buddygroup door bureaucratische rompslomp. Zeker iemand van mijn leeftijd hoort niet eenzaam te zijn. Ik heb wel veel momenten voor mezelf nodig, maar niet enkel dat. Volgende week zou ik daar allicht enige verandering in kunnen brengen. Het is een kans maar geen garantie. Laat ik het proberen.

Volgende week is de internationale week en dan organiseren allerlei organen en verenigingen die iets met de universiteit te maken hebben verschillende evenementen, die ook vooral gericht zijn op uitwisselingsstudenten. De woensdag- en vrijdagavond spraken mij wel aan. Woensdag is er een workshop swingdancen en vrijdag een jazzconcert. Zaterdagavond is er ook nog een semesterstartfeest, maar mijn aanwezigheid voor die avond hangt er vanaf of ik op de woensdag en de vrijdag leuke mensen ben tegengekomen. Dat alles om de eenzaamheid in te perken – ik heb geen idee wat het zal opleveren vooralsnog, en indien het iets oplevert, of het dan überhaupt meer diepgang zal vinden dan het oppervlakkig-sociale studentenleven. Ik zie maar.

januari 23, 2012

Focus op positief

null

Het gaat heel erg in pieken en dalen met mij. Als het niet goed met mij gaat, als ik mij verdrietig voel, of eenzaam, of als er een grote verandering is zoals nu ik in Noorwegen zit, dan moet ik dat hier oplossen zonder face to face contact met mensen. Want er zijn geen mensen hier die ik daar al genoeg voor vertrouw. Doordat ik geen buddygroup heb, heb ik er ook niet veel leren kennen. Schrijven, zoals hier, is een redelijke remedie, maar naast het van me af schrijven van vervelende zaken moet ik ook het positieve belichten.

Ik zit in twee groepjes op Facebook. Dat mag belachelijk klinken, maar ik tref er flink wat gelijkgezinden en sommigen hebben gelijke ervaringen. Ik informeer naar hoe zij er toen mee zijn omgegaan. De ene groep is voor hoogbegaafden en de andere voor hoogsensitieven. Voor alle mensen in die groepen is het een opgave om alle prikkels die ze dagelijks op zich af krijgen te verwerken. Ook al voel ik me hier soms eenzaam, ik sta er niet alleen voor! Als er onrust is in mij, als ik nog veel van dat te verwerken heb, of als er verandering gaande is, zoals nu, dan gaat dit samen met verdriet, met innerlijk conflict ook, maar uiteindelijk lost dat zich op. Daarbij heb ik dus soms even wat communicatie nodig en die zoek ik vooral bij dergelijke personen. Ze kennen me verder niet maar ze hebben wel iets met me overeen, en dat is in dit geval het belangrijkst. Ik heb mijn stressverschijnselen en de oorzaken daarvan ter sprake gebracht. Het is fijn om dan te merken dat ik niet de enige ben en ook goed om de ideeen die mensen hierover hebben aan te horen, daar kan ik wel wat mee.

Ik ben in staat de meeste conflicten die ik heb meegemaakt helder voor de geest te halen. Ook weet ik precies welke emoties dat bij mij teweeg bracht. Maar die herinneringen kunnen zich opwerpen tot prioriteiten, zo ook de bijbehorende emoties, want ergens reageer ik instinctief door er zo snel mogelijk vanaf te willen, door het op te lossen, van me af te gooien, het te lijf te gaan, maar dat verergert soms ook weer de emoties. En daaruit volgt onrust. Ook mijn perceptie van degenen die veelvuldig bij zulke conflicten betrokken zijn, wordt negatief, en dit verstoort mij. Ik ben me bewust van mijn sterke geheugen en de beperkte capaciteit tot filteren van prikkels. Dat is al een belangrijke stap. Tot op zekere hoogte zou ik mij filters kunnen aanleren. Zo ook voor die herinneringen, vooral het negatieve daaraan. Ik probeer positieve emoties en de daarmee geassocieerde herinneringen in welke vorm dan ook een hogere prioriteit te geven dan de negatieve antagonisten. Dan kan ik misschien van binnen uit filteren. Ik weet dat ik daartoe in staat ben, dus ik zal het kunnen, want wat hierbij hoort is abstraheren: het ontkoppelen van gebeurtenissen en herinneringen van emotie, zodat ik objectief een prioriteit kan stellen. Dat betekent uiteraard dat veel zaken negatief blijven, met een reden, want daar kan ik beter afstand van doen, of bij bepaalde personen kan ik beter uit de buurt blijven. Maar ook de positieve zaken worden dan belicht, en dan zou ik die vervolgens goed een prioriteit kunnen geven.

januari 22, 2012

Bureaucratie is universeel

null

Het is hier aan de Universiteit van Oslo gebruikelijk dat uitwisselingsstudenten een introductieweek hebben, waarin zij in een buddygroup komen, waarmee zij ook daarna nog regelmatig iets leuks ondernemen, en wat natuurlijk erg goed is om nieuwe mensen te leren kennen.

Maar de universiteit in Nederland heeft mij uiteraard niet erover ingelicht dat mijn goedgekeurde, ondertekende Erasmus Training Agreement ook als informatiegeving naar de centrale internationale administratie van de Universiteit van Oslo moest. Tot dat moment was ik uitstekend op tijd met het regelen van alles, ik had op dat moment ook al de zekerheid van housing, maar toen liep het spaak, vernam ik niets meer, had ik het nog stervensdruk met mijn UvA-stage, kreeg ik geen letter of admission, geen welcome packet, geen informatie meer. Sindsdien zit ik op een achterstand wat dat betreft en regel ik dingen hier nog, ik loop er een beetje achteraan, het komt wel in orde maar het is erg omslachtig. Lekker is dat.

En ik ben als gevolg daarvan dus ook niet in een buddygroup gekomen, heb geen introductieweek gehad, en ben dus ook qua het leren kennen van nieuwe mensen op een achterstand. Ik ken haast niemand naast een paar keukengenoten en enkele mensen van het museum. Een valse start wat dat betreft. Zo heb ik nog steeds geen Semester Card dus een afdruk van mijn persoonlijke UiO studentenaccount is nu in gebruik om tijdelijk te dienen als bewijs van dat ik recht heb op korting-OV. Een bureaucratie bestaat uit radartjes, en werkt er een niet goed, dan stopt het hele proces, en omwegen zijn dan altijd lastiger. Maar ik krijg het wel voor elkaar. Alleen jammer van die buddy group, dat vind ik echt jammer.

Wel ben ik met mijn afstudeerstage goed op gang, en dat is natuurlijk waarvoor ik hier voornamelijk ben, de rest, leuk of niet, is bijzaak. Ik heb een rechtstreekse metroverbinding naar het museum, en op de route ligt halverwege ongeveer de hoofdcampus, waar ik dus soms voor administratie-gerelateerde zaken moet zijn. Zoals je al hebt kunnen zien heb ik daar mijn eigen office en de algehele setting doet authentiek aan, zoals je verwacht van een natuurhistorisch museum. Ik vind dat wel een prettige setting.

Ik mis mijn vriend zeker, we hebben regelmatig videogesprekken maar dat is toch heel anders. Dat is wel echt wennen en een beproeving.

januari 21, 2012

Mijn behuizing

null

Ik deel de keuken met zes anderen en de badkamer met een ander. Die ene ander is echt een partyhardy, komt wel aardig over maar vertoont wel de trekken van iemand die te veel alcohol drinkt. Hij presteerde het door de week dagelijks om me om half zeven ‘s ochtends met zijn kabaal wakker te maken. Ik ben dus een keer half slapend naar de deur gekomen en heb hem tot stilte gemaand, omdat ik niet iedere keer rond die tijd wakker wil worden, ik kan vanaf dat tijdstip nog zeker anderhalf uur slapen. Sindsdien is hij rustiger met de deuren. De meeste andere huisgenoten heb ik ook wel ontmoet, ze zijn wel aardig, en veelal internationaal. Er is een Chinees-Noors meisje dat hier al vijf jaar woont, en ze is nu zo goed als klaar met studeren.

Mijn kamer is okee, tocht wel als de wind erop staat, het delen van de badkamer is minder en ben ik niet gewend (de partyhardy is wel wat minder nauw met de hygiëne dan ik). De keuken is ranzig, vooral de koelkasten. In elk geval stonden er in de keuken nog aardig wat anonieme pannen, vermoedelijk door voormalige bewoners achtergelaten, zodat ik die niet hoef te kopen, en de vrouw van de professor heeft deze week tot mijn verrassing twee borden, twee kommen en een groot theeglas voor mij gekocht.

Ik heb mijn gekoelde hebben en houwen vandaag verplaatst naar de andere van de twee omdat ik op een plek bleek te zitten die eigenlijk bezet was door een Japans meisje dat een paar weken niet hier was, maar geen briefje had achtergelaten. Een ietwat vreemd meisje dat me vanochtend al bonzend op de deur kwam wekken om negen uur ‘s ochtends. Dat was nogal awkward en tevens mijn eerste ontmoeting met haar. Ik zei haar dat ze ook op een ander tijdstip en op een andere manier haar punt kon maken, en heb mijn spullen op een andere plek gestopt, onderin de andere koelkast. Die plek was uiteraard vreselijk smerig dus ik heb het eerst schoongemaakt. Nou, daarna kon ik echt niet meer slapen. Ik zal wel op de meeting die we binnenkort hebben zeggen dat ik het niet fijn vond. Met de Koreaanse jongen, een andere keukengenoot, heb ik vervolgens uitgemaakt dat die plek wel erg klein was en ik ook de helft van een plankje daarboven kon gebruiken (en hij, die met de Japanse een badkamer deelt, zei dat het Japanse meisje niet echt veel met de anderen communiceert). Een glazen plaat die eigenlijk op die onderla moest ontbrak (maar was er wel in de andere koelkast), en daardoor zou ik anders alles moeten stapelen, en dat kan je natuurlijk bij kwetsbare dingen zoals salade en tomaten niet doen.

Maar goed, we hebben aanstaande woensdagavond een meeting met zijn allen gepland om dit te bespreken. Dit soort dingen gebeuren altijd aan het begin van een semester wanneer er onduidelijk is aangegeven door oude bewoners wat precies hun plek is, en dan moeten de nieuwe maar gissen. Dus dat bespreken ze dan steeds aan het begin van het semester. Er is een ander meisje hier, afkomstig uit Canada en erg aardig, dat er ook voor een semester zal verblijven.

De leeftijden van mijn huisgenoten, allen studenten, liggen niet lager dan die van mij. Ze hebben soms voor het begin aan hun opleiding gewerkt of een andere opleiding gedaan – in hun landen van herkomst kan dat nog, die hebben meer wat lijkt op een kenniseconomie.

Verder betaal ik hier voor dit gehorige, niet zelfstandige gebeuren 20% meer dan mijn oude netto huur terwijl dat geheel zelfstandig was. Voor eten betaal ik gemiddeld 40% meer. Ik heb die maximale lening wel nodig voor die zeven maanden, want ik ben verder van geen enkele financiële backup voorzien, werd mij in november op niet al te leuke manier duidelijk.

januari 15, 2012

Afkoelen

null

Heb je wel eens het gevoel gehad dat de grond je te heet onder de voeten werd? Ik wel.

December was hectisch. Ik werkte tachtig uur per week aan mijn project en dan ook nog in de winkel voor de financiën. Ik zorgde dat alles in orde was voor mijn vertrek naar Oslo. Ik had geen tijd meer voor ontspanning, haalde toch zeker een nacht per week door vanwege de hoeveelheid werk. De deadlines. Die stonden vast. En ik haalde mijn deadlines. Drie presentaties, een in Londen, een in Amsterdam, een in Leiden. Een eindversie van de scriptie over het onderzoek waaraan ik tien maanden heb gewerkt. Geen tijd voor veel dingen die mijn leeftijdgenoten doen. Geen tijd om een boek te lezen. Zelfs geen tijd om mijn blog bij te werken.

Ik voelde hoe de Nederlandse bodem mijn voeten schroeide. Ik probeerde de brand te blussen zonder brandslang in de buurt. Ik probeerde de vloer de dweilen met de kraan open. Daar bovenop kwamen nog enkele valse beschuldigingen. Sommige mensen zijn mijn slachtoffer, schijnbaar. Ik schijn de boel te belazeren. Ik trok het niet meer. Het vuur wakkerde aan. Ik moest afkoelen.

Naar het Noorden. Sneeuw en ijs. Mijn eigen therapie. Een afstudeerproject. Bossen vlak bij mijn woning. Afstand nemen. Herstel van wonden. Rustdagen nemen. Weinig om continu afgeleid te raken. Ontstressen. Onderzoeken, lezen, schrijven of wandelen. Onbetaalbaar eten om allemaal zelf te betalen. Het negatieve geschiedenis laten worden. Negatief-geassocieerden loslaten. Sterker worden. Uitsluitend contact onderhouden met mensen die onvoorwaardelijk om mij geven. Toekomstplannen maken. Focus.

Ik heb het voor elkaar. Het is mij gelukt naar Noorwegen te gaan. Dat heb ik zelf geregeld. Zonder me tegen te laten houden door onzinnig gedoe. Daar ben ik trots op.

IJzige Noorse bodem, breng mij rust, stilte, vrede, voorspoed.

Oslo 15 januari t/m 31 juli 2012.

december 6, 2011

Winnen

Afgelopen week was ik in Londen. Donderdag was daar het symposium waar ook ik een presentatie gaf, namelijk over het onderzoeksproject waar ik al sinds maart mee bezig ben, en dat ik de komende weken zal gaan afronden. Bovendien was dit de eerste keer dat ik de definitieve versie hiervan zou presenteren. Het Young Systematists’ Forum is er voor beginnende onderzoekers die nog niet zo veel ervaring hebben in het spreken op congressen, dus PhD’s, jonge postdocs, en enkele MSc-studenten gaven er een praatje. Die kwamen vanuit heel Europa, en er was een enkele Amerikaan. De Fransen hadden een sterk accent in het Engels, en de mensen van Oxford en Cambridge waren veel formeler dan de rest, allemaal strak in pak. Verder waren er veel posters te bezichtingen in de pauzes. Je kon in eerste instantie zelf van tevoren aangeven of je een presentatie wilde geven of een poster wilde meenemen, maar uiteindelijk waren er te veel mensen die wilden presenteren, dus een eerste selectie was al gemaakt.

Ik was erg nerveus voor aanvang van mijn presentatie, het tweede praatje na de koffie. Ik had mijn onderzoek nog nooit gepresenteerd voor zoveel mensen. Toen ik daar nou eenmaal stond, was ik helemaal niet nerveus meer. De tijd werd streng in de gaten gehouden, maar toen ik een seintje kreeg dat ik nog drie minuten had, was ik al bij de discussie dus ik kon erop inspelen, en was op tijd klaar met het praatje. Dat mocht een kwartier duren, en daarna waren er steeds nog drie minuten voor vragen vanuit het publiek. Ik had er een goed gevoel over, het ging wel vloeiend.

Na afloop, tijdens de wijnborrel – wijn, of sap, maar geen bier, dat was vast ordinair – werden er prijzen uitgereikt. Er was besloten om drie prijzen uit te reiken aan de posters, dus de award en twee eervolle vermeldingen voor andere posters. En er was besloten om een eervolle vermelding uit te reiken aan een van de presentaties, een soort tweede prijs. Toen er een PhD-kandidate van Oxford naar voren werd geroepen voor deze eervolle vermelding verwachtte ik niets meer. Het ging goed, maar ik dacht dat ik niet veel voorstelde ten opzichte van al die PhD’s omdat ik ‘slechts’ een 22-jarig masterstudentje was. Toch was ik wel benieuwd – wat als? – en dit maakte het wel spannend.

Vervolgens werd ik opgeroepen, toch nog! Ik won de award voor de beste presentatie. De jury vond mijn studie blijkbaar veelbelovend, voorzien van aanknopingspunten naar nieuwe studies, een studie die als modelstudie zou kunnen dienen voor allerlei andere soorten organismen. Het sterke punt was namelijk dat geometrische morfometrie, genetica en biogeografie van een familie planktonische, oceanische zeeslakjes in mijn project gecombineerd worden. Het was een enorme aanmoediging. Dagen als die donderdag zijn er niet zo vaak. Ik was ‘flabbergasted’, positief natuurlijk.

En we zaten in een goedkoop jeugdhostel, op de kamer een stapelbed en een kraantje, meer niet, en ik had de vorige avond versuft nog maar wat naar mijn presentatie zitten staren in de gemeenschappelijke ruimte..

Nu zal ik kiezen uit een aantal journals welke mogelijk de meest geschikte is om mijn artikel-in-de-maak naar toe te sturen, zodat ik me ook een beetje op het formaat van dat journal kan instellen bij het schrijven. Want het schrijven moet nog gebeuren. Het eerst maken van een presentatie werkte wel verhelderend wat dat betreft. De hoofdlijn is duidelijk, en ook is duidelijk welke figuren ik in het stuk stop en welke in de supplementary files.

Vanochtend was er een klein borreltje cq. koffietje op de universiteit bij de afdeling om dit een beetje te vieren. Ik ben niet gewend aan al die aandacht, maar het was leuk om door jan en alleman gefeliciteerd te worden.

Soms win je, soms verlies je. Maar verliezen is niet alleen voor losers.
Vorige week heb ik gewonnen.

november 26, 2011

Beveiligd: Trots IX

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Tags:
november 25, 2011

Drive

In de oceaan
persen en beuken
golfslag en tegenslag
samen en uiteen

In de rivier
vallen en vloeien
druppels en tranen
neer en weg

waar velen zinken
blijf ik drijven
door mijn drive

Tags:
november 24, 2011

Einde

koude nacht, heldere ochtend
in een lichte kamer ontwaakt
waar zonnestralen
fonkelen, reflecteren, breken
over de structuren
van het bed voor twee
met mij alleen

helder gezang boven
akoestiek uit de badkamer
met viool en piano

prachtige muziek
is kwetsbaar, breekbaar
door mijn geluid
alleen al mijn ademen
op de melodie
spijt me

die kwetsbare muziek
het begin van iets moois
heb ik beëindigd, gebroken
verstoord, verstrooid
ik ben de valse snaar

luider gezang en
je staat op de trap
haar langs je gezicht
besta ik nog?
nooit vergeet ik ons

ik werd opgewacht
in de schaduw
van dit einde

Tags:
november 23, 2011

Karen (English)

null

Today, by coincidence, I was written to as Karen twice. This was remarkable. Karen is my middle name.

Karen is going to Oslo for seven months in January, and there she will work on a research project, in freedom, under her own management of finances, and under her own management of free time. Karen is living and not being lived. She has paid the deposit of the room that has been offered to her entirely by herself, after she has independently applied for a housing unit. In a little while she will book her one-way ticket.

Karen is proud and does not lose her pride. She is proud to continue her plans in Oslo. It is nice to be able to put something on her Curriculum about the fact that she has done scientific research abroad during her study. It will be a nice and interesting experience that she will not allow to be spoiled by adversity.

Karen has left behind and buried all sadness and adversity with Alice in the Netherlands when she goes to Oslo. She does not want to be overcharged with grief, a ballast that could bring her boat to sink. She has pumped away all the water into the ocean, a cold, northern ocean of which she will study its organisms. Karen is often cheerful and her state of mind is at rest.

Karen sometimes stumbles, but always, always, gets back up. She is proud of that. By going to Oslo she confirms that she is able to independently determine her future, a future that lies closest to her true wishes. She wants to enrich her scientific background, but also views the departure as a retreat, to step back and put things to draw.

Stronger than ever, Karen will return from Norway to the Netherlands and unite herself with Alice. She will give her a warm embrace and ensure her of a good, glorious and loving future.

Karen cannot be stopped or broken. She chooses for herself. Karen loves the people who allow her this and cares about them. During her stay in Oslo she will stay in touch with those people, because she will miss them. She will detach from the others.

But Karen remains Alice, and Alice remains Karen. Alice Karen.

november 23, 2011

Karen

null

Vandaag werd ik toevallig twee keer aangeschreven als Karen. Dit was opvallend. Karen is mijn tweede naam.

Karen gaat voor zeven maanden naar Oslo in januari, en daar in vrijheid werken aan een onderzoeksproject, onder eigen beheer van haar financiën, en onder eigen beheer van vrije tijd aldaar. Karen leeft en wordt niet geleefd. Ze heeft de borg over de kamer die ze aangeboden heeft gekregen al betaald, geheel zelf, nadat ze zelfstandig heeft gesolliciteerd naar woonruimte. Over niet al te lange tijd zal ze het enkeltje boeken.

Karen is trots en verliest haar trots niet. Ze is er trots op dat ze het gebeuren in Oslo doorzet. Het is fijn om iets op haar C.V. te kunnen zetten over dat ze een wetenschappelijk onderzoek in het buitenland heeft uitgevoerd in haar studietijd. Het zal een leuke en interessante ervaring worden die ze niet laat bederven door tegenslag.

Karen heeft al het sombere en al haar tegenslag bij Alice in Nederland achtergelaten en begraven wanneer ze naar Oslo vertrekt. Ze wil niet overladen worden met verdriet, een ballast die haar bootje tot zinken zou kunnen brengen. Ze heeft al het water weggepompt in de oceaan, een koude, noordelijke oceaan waarvan ze de organismen zal gaan bestuderen. Karen is vaak vrolijk en haar gemoedstoestand is in rust.

Karen struikelt wel eens, maar staat altijd, altijd weer op. Daar is ze trots op. Door naar Oslo te gaan bevestigt ze dat ze hiertoe in staat is en zelfstandig haar toekomst kan bepalen, een toekomst die het dichtst bij haar echte wil ligt. Ze wil haar wetenschappelijke achtergrond verrijken, maar ziet het vertrek ook als een retraite, om afstand te nemen en orde op zaken te stellen.

Sterker dan ooit zal Karen vanuit Noorwegen naar Nederland terugkeren en zich verenigen met Alice. Ze zal haar warm omhelzen en verzekeren van een goede, glansrijke en liefdevolle toekomst.

Karen laat zich niet stoppen en niet breken. Ze kiest voor zichzelf. Karen houdt van de mensen die haar dit gunnen en geeft om hen. Gedurende haar verblijf in Oslo zal zij met die mensen in contact blijven, omdat zij ze gaat missen. Van de anderen zal ze afstand nemen.

Maar Karen blijft Alice, en Alice blijft Karen. Alice Karen.

november 23, 2011

Beveiligd: Trots VIII

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


november 19, 2011

Ons

De nacht is koud geweest, de ochtend opvallend helder. Ik ontwaak in een kamer die me niet bekend is. Het interieur is licht. Zonnestralen fonkelen, reflecteren, breken over de structuren. Ik lig alleen in een tweepersoonsbed.

Boven hoor ik een helder gezang, waarschijnlijk vanuit de badkamer, aan de akoestiek te horen. Ik hoor een viool, een piano. De muziek is zo prachtig dat het kwetsbaar is. Ik ben bang het met het geringste geluid te breken. Maar ik weet dat ik het al gebroken heb, die prachtige muziek van weleer, van het begin van iets moois, door het te beëindigen. Ik heb het kapot gemaakt. Ik heb een ondertoon veroorzaakt, ik ben de valse snaar.

Ik kom overeind. Ik draag een BH, verder ben ik naakt. Ik zie nergens kleren liggen. Over de zachte, uitnodigende bank naast het bed hangt een doek. Ik knoop hem om mijn onderlichaam.

Het gezang wordt luider. Ik sta naast het bed en kijk naar de trap. Daar sta jij. Plotseling. Je lange haar langs je gezicht. Besta ik nog voor je?

Ik ben het niet vergeten. Ons. Het spijt me.

In vredesnaam.

Ik werd opgewacht in de schaduw van dit einde..

När jag tänker på den ständiga resan genom livet
När det alltid känns som höst
Då vänder sig vinden sakta mot norr
Och blommorna dör
Det faller regn i mina drömmar

~Opeth, ‘Den Standiga Resan’, 2008

Tags:
november 12, 2011

Balans

Nee, niets zweverigs hoor. Waar was ik ook alweer gebleven. Mijn leven sluipt voort. Ik ben een workaholic. Deadlines zijn deadly als je ze niet haalt. Maar ik ga ze wel halen. Tot die tijd doe ik niet veel anders. Ik probeer echt wel pauze te nemen en even een boek te lezen en ik geniet er ook extra van om ergens heen te fietsen. Het wordt vroeg donker.

Ik zit vol met vragen over het vervolg van mijn opleiding, want ik heb nog steeds geen zekerheid over het kunnen krijgen van een woonunit in Noorwegen. Anders moet ik halsoverkop iets anders vinden. Halsoverkop terwijl ik van mijn kant alles ruim op tijd in gang heb gezet. Ik vind dat niet fijn. Alsof ik hier van de een op andere dag kan vertrekken en hier niets meer hoef te regelen voordat ik vertrek.

Vanavond ben ik wel even weg en dat lijkt me een goede en terechte onderbreking van mijn workaholisme. Er zijn zo veel dingen die ik heel graag zou willen doen maar waarvoor ik nu geen tijd heb. Ik smeed wel plannen, en overdenk ze wel. Ik wil schrijven. Niet alleen wetenschappelijk, maar ook fictief. Ik wil toneelspelen. Ik wil vaker mensen kunnen zien. Vrienden. Ik wil uit de schaduw komen. De schaduw die nu bestaat uit de dicht bij elkaar liggende muren van mijn studentencontainerwoning. De schaduw die nu bestaat uit al het werk dat me nog boven het hoofd hangt, maar waarvan ik weet dat ik het tot een goed einde ga brengen.

Ik realiseer me dat ik daarvoor wel wat moet opofferen, en dat ik dat ook aan het doen ben. Maar ik realiseer me ook dat ik daarin, en in alles, gebalanceerd moet werken, zodat ik nergens het woordje ‘te’ voor hoef te zetten. En dat is soms lastig. Te veel werken, te weinig ontspannen, te weinig afspreken met vrienden, te veel binnen zijn, te weinig geld, te veel onzekerheid. Allemaal zaken waarnaar ik niet streef.

Het enige gepaste woord dat ik kan vinden is balans. Hard werken, niet te hard, en veel bereiken. Voldoende ontspannen en tot rust kunnen komen. Af en toe vrienden zien. Soms eens naar buiten. Geld en onzekerheid over vervolg kan ik nu even niets aan doen en beide gevallen maken me gestresst maar later wil ik ontzettend, ontzettend graag onafhankelijk zijn en daarvoor voldoende betaald werk kunnen verrichten en een duidelijker en zekerder toekomstperspectief hebben. Je hebt niets gelezen over veel materiële bezittingen. Ik hoef niet het meeste van het meeste, het nieuwste van het nieuwste. Als ik maar in mijn eigen onderzoek kan voorzien en daarbij regelmatig kan kopen wat prettig voor me is: een goed boek, en wanneer nodig mooie kleding.

oktober 30, 2011

Mauro moet oprutte??

Wat een gedoe rondom Mauro, die inmiddels is verworden tot boegbeeld van het labiele, onpeilbare Nederlandse immigratie- en asielbeleid. Ingeburgerd en wel, een keurige jongen, zeer gehecht aan zijn pleegfamilie, die hier de dupe dreigt te worden van het egoïstische ‘regels zijn regels’ van CDA, VVD en PVV. Waar is de medemenselijkheid?
Er zitten echter wel mazen in die wet voor de groep jonge asielzoekers waartoe Mauro behoort. Bovendien is het dwaas om hem nu de deur te wijzen, geen wonder dat hij ingeburgerd is geraakt na zo veel tijd van zo een veel te lange procedure. En zou zijn biologische moeder hem überhaupt kunnen verzorgen? Wat zal hij moeten doen in Angola, waar hij niet meer dezelfde scholing kan krijgen, en waarschijnlijk heel anders en in armoede zal moeten leven? En dat alles wordt beslist door een stel egocentrische bureaucraten – Rutte, Leers, Wilders om er maar een stel te noemen. Die bepalen simpelweg het leven van jongeren zoals Mauro, want ‘regels zijn regels, en het is niet persoonlijk bedoeld, Mauro!!’, hoewel zoiets zijn hele verdere leven zal bepalen. En dat soort volk, dat zich politici noemt, moet ik nog serieus gaan nemen?
Ach, Rut toch op, ivoren-torentjes-blabbermouths. Hebben jullie in jullie kleine leventjes van pluche, heerszucht en zelfmedelijden dan zo veel last van de Mauro’s in Nederland? Liggen jullie daar ‘s nachts van te klappertanden in bed? Gelukkig marginaliseert zeker het CDA zich door dit gebuig voor Gerd en Geert. De partij kent slechts twee dissidenten in de Kamer. Het CDA staat 11 zetels in de peilingen, wat ooit bijna een viervoud daarvan was, en pakt hiermee vooral zichzelf. Dit mede aangezien het feit dat de achterban, die blijkbaar niets in te brengen heeft, in meerderheid wil dat Mauro blijft.
‘Maar maak je niet druk Mauro, het is allemaal niet persoonlijk bedoeld!’

Tags:
oktober 11, 2011

Focus

Muziek door mijn koptelefoon. Het arbeidsintensieve onderzoeksproject op mijn computer. Vol focus, zodanig dat het haast een tunnelvisie gaat lijken. Ik heb de tijd niet altijd in de gaten.
En op de achtergrond nog een avondvak, een bijbaan, en de zaken die geregeld moeten worden voor Oslo in januari, en voor Londen een paar dagen eind november en begin december, wanneer ik mijn huidige onderzoeksproject hoop te mogen presenteren op een congres.
Het leven is erg druk op dit moment. Maar ik heb het over voor de resultaten van mijn onderzoeksproject.
En ik heb alweer een half jaar een relatie, dus morgen ga ik uit eten bij de Griek!

oktober 3, 2011

Nog even lekker weer

Het is de afgelopen dagen prachtig weer geweest. Ik houd van september en begin oktober, wanneer de herfst zich al manifesteert, maar de temperatuur vaak nog niet zodanig is. Ik heb het alleen zo druk gehad dat ik er niet genoeg van genoten heb. Ondanks dat heb ik geprobeerd zo vaak mogelijk naar buiten te gaan. Niet vaak genoeg dus. Maar gisteren zat ik nog even op een terrasje in de zon en heb ik lekker buiten gewandeld.
Ik hoop natuurlijk dat mijn inspanningen ergens toe zullen gaan leiden. En dat gaat waarschijnlijk wel gebeuren gezien de beoogde publicatie van mijn onderzoek. Dus dan is dit het allemaal waard.
Nu weer verder!

september 17, 2011

Dromen zijn bedrog

Ik ben allergisch voor Het Platenpaleis op Radio 2, die altijd aanstaat op vrijdagen in de winkel, uitgerekend wanneer ik werk (op de groenteafdeling). Misschien zou ik beter kunnen stellen dat Radio 2 als geheel mijn anti-allergenen tot een maximum activeert. Afgelopen vrijdag was er eerst een popcanon op die zender, een selectie van hits van de jaren vijftig tot nu, gevolgd door de gebruikelijke discotrade, Het Platenpaleis met oneindig veel slappe, homogene disco en bingo-belspelletjes, om knettergestoord van te worden. Ik kwam in die popcanon helaas pas binnenvallen bij de jaren ’80, en veel van die nummers waren nog best aardig.

Voordat ik met een gezicht als een po-po-po-pokerface dergelijke en andere onzin (maar naar perceptie van sommige anderen volledig voorbeeldige gevleugelde uitspraken) ga uitkramen, moet ik bekennen dat ik een significante daling van het niveau van de muziek waarnam in zowel het Nederlandstalig-begin-jaren ’90-blok als het blok van de jaren ’00. Ik vind sowieso dat je altijd moet oppassen met muziek Nederlandstalig maken, maar desondanks hoeft dit niet per se een doem te zijn – er zijn best nog bands die er in muzikaal en creatief opzicht aardig wat van weten te bakken wanneer er gezongen wordt in het Nederlands. Ik heb overigens geen flauw idee hoe de selectie van de nummers van de popcanon tot stand is gekomen – deels nattevingerwerk schat ik – ik moest me zelfs nog gelukkig prijzen dat het niet tot de ‘Toppers’ was gekomen, maar helaas wel tot enkele andere nummers die Henk en Ingrid wel zouden bekoren. Zo ook Dromen zijn bedrog van Marco Borsato, creatief nihil en verder voorzien van een nogal redundant en clichématig refrein. Maar als er niet een persoonlijke herinnering aan dit nummer verbonden was geweest, zou ik er natuurlijk niet over zijn begonnen, het zou het niet waard zijn.

Op mijn eerste basisschool, die ik tot en met groep vijf bezocht, was er telkens een maandsluiting, waarbij de leerlingen kleine stukjes konden toneelspelen of een liedje konden playbacken en dansen. Zo ben ik een keertje Kortjakje geweest met haar boek vol zilverwerk – dat was gewoon een dik Jip en Janneke-verhalenboek waarin mijn moeder allemaal aluminiumfolie had gestopt. Ook was ik meerdere keren een van de telgen van de Spice Girls, vanwege de krullen waarschijnlijk Melanie B, en een andere keer was ik de frontvrouw van de Venga Boys. Geen van deze ervaringen was destijds vervelend, ondanks dat het nu misschien gênant geworden zou kunnen worden dat de Spice Girls vooral werden nagebootst door in bikini-ondergoed op het podium te verschijnen – de eerste bikinitopjes waarschijnlijk naast die lange Hema-hemdjes van toen in het wit met dunne roze, gele of groene streepjes. Ik zat in groep vier, een combinatieklas met groep drie, en ik was soms wat onverschillig geworden aangezien ik me zeer was gaan vervelen, omdat ik in groep drie blijkbaar al te veel had opgelet bij de uitleg aan de toenmalige groep vier terwijl ik stil aan mijn groep drie-werkjes moest werken – of die al af had. Ik was ook wat onverschillig geworden ten opzichte van de maandsluitingen; ik vond dat de twee juffen die ik toen had zich er veel te veel mee bemoeiden, en hun vaak niet al te zeer door mij gewaardeerde suggesties toch maar al te vaak doordrukten. Aan het einde van die ene maand bleef ik, mede daardoor, ‘over’, ik had geen anderen om iets mee op te voeren of te playbacken. Dat was een riskante positie, maar ik zou liever zelf nog iets verzinnen en zo in mijn eentje iets doen dan wat een van de juffen toen voorstelde, nee, eiste. Ze had geen geduld om me een kans te geven mijn eigen creativiteit de vrije loop te laten, dus eiste ze van mij dat ik me aansloot bij een groepje. Natuurlijk kon ik die maand niet bij een al gevormd groepje Spice Girls of zoiets dergelijks aankloppen – dat moesten er immers steeds vijf zijn.

Echter, een achtergrondzangeresje meer of minder kon geen kwaad. Een van Marco Borsato’s Dromen zijn bedrog-achtergrondzangeresjes. En dit allemaal met kinderen van groep drie. Toen de juf doordringend naar me keek en een snerende toon aansloeg, hield ik mijn mond en suggereerde ik haar geen van mijn ideeën meer. Marco Borsato was overigens een Surinaamse jongen uit groep drie. Op het podium stonden wij achtergrondzangeresjes maar wat heen en weer te deinen en te playbacken, terwijl de Surinaamse Marco Borsato overdreven gesticulerend het publiek voor zich won. Ik kon wel door de grond gaan, ik voelde me op dat moment echt heel gênant, alsof ik er maar wat bij hing. Ik had een ultiem wrong-place-wrong-time-gevoel. Ik kon niet snel genoeg het podium verlaten toen het voorbij was.

Sindsdien word ik hier steeds wanneer ik dat nummer hoor aan herinnerd. Het is natuurlijk slechts een klein stukje jeugdtragiek waarom ik ook kan lachen. Toch hoor ik dat nummer niet graag, niet alleen omdat het slecht is, maar ook omdat het me zo aan die juf doet denken die nooit de moeite genomen heeft me mijn creativiteit te gunnen, die me nooit extra werk gunde, en die met rode pen in mijn schrift schreef wanneer ik uit verveling vanwege het klaar zijn met mijn opdrachten in mijn schrift tekende.

En oh ja, over dromen gesproken, kijk eens naar de film Inception. Ik heb niet vaak een film gezien die zo goed in elkaar is gezet, en je tot en met het einde achterlaat met de vraag wat nou echt is gebeurd, en wat in dromen. Wat is er nou eigenlijk bedrog in die film, en wat niet? Ik kan het vast niet voorleggen aan Marco Borsato.

A.

Tags:
september 17, 2011

Dazed & confused

Ik probeer mezelf weer voor te stellen zoals ik naar Hawaii ging. Klaar voor het grote avontuur, helemaal in mijn eentje naar een tropisch eiland midden in de Stille Oceaan, met een mooie beurs op zak. Hoe verwonderd ik was, hoe ik mijn ogen uitkeek, overliep van fantastische nieuwe indrukken en ervaringen, continu de tropische lucht om me heen, de deining van de boot.

Het is donker en fris wanneer ik op vrijdagavonden vanuit mijn werk naar huis fiets. En sinds begin augustus gaat er niet meer zomaar een knop om wanneer ik dat doe, zodat ik heel nuchter naar huis fiets, zoals voorheen. Nee, het is ineens niet slechts een fysieke inspanning meer, maar een bezigheid waar ik met mijn hoofd continu volledig bij ben. En de schijnbare tegenstelling is dat dit me verwart, omdat het nieuw voor me is. Ik ben de hele tijd aan het kijken waar ik op een bepaald punt het beste hulp kan vinden of naartoe kan vluchten wanneer me daar iets gebeurt. Daar betrap ik mezelf op. En ik ben sindsdien ook niet meer langs dezelfde route geweest rondom die tijd. Ik kan het niet meer. Ik rijd om. En niet zo’n beetje ook. En ook op de nieuwe route zitten een paar stille stukjes. Ik kan er niet omheen. Soms rijd ik daar zelfs een stukje op de autobaan. Ik ben schrikachtig. En ik kan er beslist niet tegen dat er mensen vlak achter me gaan fietsen voor een tijd – ‘wieltjeszuigen’ – om even lekker uit de wind te gaan zitten bij me. Dan sla ik af, en keer dan weer om naar waar ik heen moest, of ik accelereer zodat degene achter me het niet meer bijhoudt. Het voelt niet relaxed. Het ironische is dat me onderweg van werk naar huis nooit iets is overkomen. Dat was een andere avond, een avondje uit.

En ik probeer mezelf in te prenten dat ik ook degene was die in haar eentje naar Hawaii ging, en die zichzelf daar prima kon redden. Ik weet ook dat ik dat nog kan. Ik moet alleen weer doorkrijgen hoe ik dat voorheen deed.

I’ve been dazed and confused for so long it’s not true…

~Led Zeppelin, ‘Dazed and Confused’, 1969

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.